E-nummers (additieven) worden vaak beoordeeld als chemisch, giftig en onnatuurlijk. Sommigen beweren daarom ook dat deze vermeden moeten worden voor onze ‘gezondheid. Op deze blog geeft Martien Wijnen antwoord op de vraag: Zijn e-nummers schadelijk of niet?

Wat zijn e-nummers?

De “E-nummers” in de ingrediëntenlijst van jouw verpakte levensmiddelen vervangen de chemische of algemene naam van bepaalde levensmiddelenadditieven. Deze worden gebruikt om de kleur, smaak, textuur te versterken of om te voorkomen dat voedsel bederft.

Het verleden van e-nummers

Levensmiddelenadditieven worden al eeuwenlang gebruikt. De oude Romeinen gebruikten kruiden zoals saffraan om voedsel een rijke gele kleur te geven. Zout en azijn werden gebruikt om vlees en groenten voor lange reizen te bewaren. In de jaren zestig besloten toezichthouders een gestandaardiseerde lijst van deze additieven op te stellen. In Europa worden deze E-nummers genoemd (de E staat voor Europa). Vitamine C zou in Europa dus E300 heten. In een ander land zoals Australie, zou het te vinden op etiketten met het codenummer 300, zoals ‘voedingszuur 300’, ‘ascorbinezuur (300)’ of ‘vitamine C (300)’

Welke nummers bestaan er allemaal?

E100 tot E199

Deze code wordt gebruikt voor kleurstoffen in levensmiddelen aan te tonen. Saffraan is “kleurstof E164” in Europa. Andere kruiden die vaak worden gebruikt om kleur aan voedsel toe te voegen, zijn kurkuma (E100) en paprika (E160c).

E200 tot E299

Deze wordt gebruikt voor conserveringsmiddelen. Deze voorkomen de groei van microben in voedsel waardoor we ziek kunnen worden. E220 is bijvoorbeeld zwaveldioxide, een conserveermiddel dat vaak in wijn wordt gebruikt om te voorkomen dat azijnzuurbacteriën de wijn in azijn veranderen.

E300 tot E399

Deze code wordt gebruik om antioxidanten aan te tonen. Vitamine C (E300) valt in deze categorie.

E400 tot en met E499

Deze code wordt gebruikt voor verdikkingsmiddelen, emulgatoren en stabilisatoren. Verdikkingsmiddelen worden vaak gebruikt in soepen of sauzen. Emulgatoren helpen olieachtige substanties en waterige substanties gemengd te houden, zoals mayonaise. Zonder emulgatoren kan het olieachtige en waterige deel scheiden van elkaar. Dit is te zien bij vinaigrettes.

500 tot 599

Deze code wordt gebruikt voor zuurteregelaars en antiklont middelen. Natriumbicarbonaat (E500), beter bekend als baking soda of bicarb soda, reguleert de zuurgraad.

600 tot 699

Dit is de code voor smaakversterkers, waaronder mononatriumglutamaat (E621) of MSG. MSG is bijvoorbeeld vaak aan chips toegevoegd als smaakversterker.

700 tot 999

Deze code wordt gebruikt voor zoetstoffen, schuimmiddelen en de gassen die worden gebruikt om voedingsmiddelen te verpakken, zoals stikstofgas (E941). Dit wordt in de meeste chipsverpakkingen gebruikt, omdat het oxidatie ervan tegengaat.

Veel E-nummers zijn van nature voorkomende stoffen, zoals vitamine B1 (E101) en zelfs zuurstof (E948).

Je zou als eerst moeten weten dat als we het hebben over de vraag of iets ‘giftig’ of ‘dodelijk’ is, duidelijk moet zijn dat ELKE substantie ter wereld dodelijk is. Het gaat allemaal om de hoeveelheid waarin deze genomen wordt. Hierbij is de ‘Lethal Dose for 50% of subjects’ relevant (LD50). Dit is de hoeveelheid van een stof die bij 50% van de bevolking tot de dood leidt. Het gaat hier om de directe giftigheid, gezien het over een plotseling volledige toediening gaat.

Het zegt dus niets over de langetermijn effecten (toxiciteit) van de stof. Alles is dus giftig in een voldoende hoge dosis. Zelfs cafeïne is giftig als je er genoeg van hebt. Maar de meeste mensen consumeren nergens in de buurt van een giftige dosis, wat neerkomt op meer dan 100 kopjes koffie.

Ondanks dat veel mensen op E-nummers haten, komt dit eigenlijk dus omdat zij niet begrijpen wat ze zijn. Citroenzuur bijvoorbeeld heeft als nummer E-330 en zal dus bij een aantal mensen angst oproepen. Maar moet dit E-nummer dan betekenen dat een beetje citroenzuur niet goed is? Nee, natuurlijk niet.

Je kan dus nooit zomaar zwart/wit stellen dat iets ‘giftig’ of ‘dodelijk’ is, zonder de context van hoeveelheid. Zuurstof bijvoorbeeld is toxisch, we worden er ouder door en we gaan er uiteindelijk dood aan. Toch stoppen we dan ook niet met ademen, omdat we er tegelijkertijd afhankelijk van zijn. Teveel zuurstof binnenkrijgen in een korte tijd, zal dus ook zeker slecht voor je zijn.

E-nummerbeperkingen verschillen van land tot land, afhankelijk van hoe de lokale regelgevende instanties de toxiciteitsresultaten van het product interpreteren. Toxiciteit is het vermogen van een stof om schade aan te richten, wat vaak verband houdt met hoeveel van de stof wordt gegeten.

Wat zegt de wetenschap over e-nummers

Amaranth (E123) wordt gebruikt om voedsel een donkerrode kleur te geven. Het is toegestaan voor gebruik in voedingsmiddelen met concentraties tot 30 mg / kg in de Europese Unie, maar is verboden in de Verenigde Staten vanwege bezorgdheid over kanker.

Russisch onderzoek naar kleurstoffen

In 1971 bracht een Russisch onderzoek de kleurstof in verband met kanker bij ratten. Er was aanzienlijke kritiek op de methodologie van de studie en de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) voerde verschillende vervolgstudies uit.

De FDA vond weinig bewijs dat amarant schadelijk was. In één onderzoek hadden vrouwelijke ratten die hoge doses kregen, een toename van kwaadaardige tumoren. De dosis was echter zo hoog dat een mens 7500 blikjes frisdrank per dag zou moeten drinken om het te bereiken.

Echter, na aanzienlijke publieke verontwaardiging, verbood de FDA in 1976 deze kleurstof.

Voedselfabrikanten in de Verenigde Staten kunnen een aanvraag indienen om het opnieuw te laten testen, maar dat is een duur proces. E123 is vervangen door een andere rode kleurstof, E129, een van de “Southampton six”.

De southampton six

De ‘Southampton zes’ In 2007 vond een Britse studie een verband tussen mengsels van kleurstof en verhoogde hyperactiviteit bij kinderen. Er werden twee kleurmengsels gebruikt: mix A (met E102, E110, E122 en E124) en mix B (met E104, E110, E122, E129). De studie bekeek hyperactiviteit door het gebruik van ouder-leraar vragenlijsten, computertests en door psychologiestudenten rechtstreeks kinderen in een klaslokaal te observeren. Beide mengsels leken verband te houden met hyperactiviteit bij kinderen van acht tot negen jaar, maar alleen mix A was in verband gebracht met hyperactiviteit bij driejarigen.

Na publieke verontwaardiging werd in 2009 een “vrijwillig verbod” ingevoerd. Dit betekent dat de kleurstoffen kunnen worden toegevoegd aan voedingsmiddelen in het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie, maar ze moeten een waarschuwing bevatten dat ze “een negatief effect kunnen hebben op de activiteit en oplettendheid van kinderen. Hoewel voedselproducenten ze kunnen blijven gebruiken, heeft de slechte publiciteit na het voortdurende gebruik velen ertoe aangezet om alternatieven te zoeken.

Studie naar tartrazine (E102)

In de VS en de EU moeten producten die tartrazine bevatten een waarschuwing bevatten dat ze allergische reacties kunnen veroorzaken bij daarvoor gevoelige mensen. Een studie wees uit dat tartrazine bij ongeveer een kwart van de mensen met allergieën tot een allergische reactie leidde.

Een recentere recensie wees uit dat het vermijden van tartrazine astma kan helpen beheersen, maar alleen voor mensen die er gevoelig voor zijn.

Er is gesuggereerd dat tartrazine kan bijdragen aan hyperactiviteit, maar alleen bij die kinderen die er gevoelig voor zijn. Er zijn ook aanwijzingen dat bepaalde kinderen met ADHD genetisch gevoelig kunnen zijn voor voedselkleuren. Het consumeren van overmatige voedselkleuren kan daarom hun symptomen verergeren.

Tegenstrijdige resultaten in de onderzoeken naar e-nummers

In het Southhampton-onderzoek werd een mengsel van kleurstoffen voor levensmiddelen en het conserveermiddel natriumbenzoaat (E211) gebruikt. Het was echter niet duidelijk welke individuele kleurstof of conserveermiddel een effect had. De eerdere studie (2004) van de groep testte een mengsel van voedselkleuren met natriumbenzoaat en vond een toename van door ouders gerapporteerde hyperactiviteit.

Een recent onderzoek onder Chinese kinderen vond echter geen effect van voedselkleuring of natriumbenzoaat indien afzonderlijk gegeven. Een vervolg op de Southhampton-studie uit 2007 heeft gesuggereerd dat genetische verschillen sommige mensen gevoelig kunnen maken voor de effecten van voedseladditieven. Dit kan de inconsistente resultaten tussen onderzoeken verklaren.

Zijn e-nummers schadelijk voor de gezondheid?

Wat vaak niet begrepen wordt, is dat een E-nummer juist een certificaat van veiligheid is. Het betekent dat de Europese Unie heeft bepaald dat een voedingstoevoeging veilig is voor menselijke consumptie. Nee, dit gebeurt niet op basis van financiële doeleinden van de overheid.

Wat je dus moet weten is dat je best producten met E-nummers kunt consumeren.

Het zal altijd gaan om de hoeveelheid die je van een bepaalde stof binnenkrijgt om hem te kunnen bestempelen als ‘slecht of goed’ voor je.

Sommige mensen kunnen gevoeligheden hebben, wat betekent dat ze er baat bij zouden hebben om de voedseletiketten zorgvuldig te lezen om bepaalde E-nummers te vermijden, maar de meeste mensen zullen deze additieven zonder bijwerkingen kunnen consumeren.

Wil je de lijst met E nummers zien vanuit de EU? Kijk dan hier.